Dames en heren, van harte welkom op de Intercitytrein naar Brussel en Tongeren van 7u57. De eerstvolgende haltes van deze trein zijn Brussel-Zuid, Brussel-Centraal en Brussel-Noord. Het treinpersoneel wenst u een aangename reis.
Dames en heren, wegens het opstappen van een reiziger na het fluitsignaal, werd het alarm van de trein in werking gezet. Hierdoor zal deze trein vertrekken met een vetraging van ongeveer tien minuten. Onze excuses.
Dames en heren, als er zich een dokter of verpleegster in het eerste rijtuig bevindt, zou deze zich dan spoedig naar de voorste wagon willen begeven? Er is namelijk een passagier onwel geworden.
Pendelen leek voor mij altijd iets dat ik in de verre toekomst misschien zou moeten doen, wanneer ik de job van mijn leven had gevonden, ofzo. Ik heb het wel al eens geprobeerd, in mijn eerste jaar aan de Universiteit van Gent. Op kot gaan was toch helemaal niet nodig, de trein doet er amper 20 minuutjes over, van Brugge naar Gent, hoor ik mijn moeder nog zeggen. Akkoord, niet ver, maar toch te ver. Je moet immers nog naar het station van Brugge, en van het station in Gent nog naar de Blandijn. Nu had ik daar toen niet zo veel op tegen, aangezien vroeg opstaan toch al tot de dagelijkse routine behoorde. Na één semester hield ik het evenwel voor bekeken. Het studentenleven had mij dermate bekoord dat ik toch amper één avond op de week in Brugge sliep, en voor de rest mijn heil zocht bij gastvrije klasgenoten. Dan was het toch wel beter om veilig op mijn eigen kot te slapen, nietwaar, mama? En zo geschiedde. Vanaf dan heb ik meer dan drie jaar uitgeslapen. Geschiedenis is een zware richting, maar in de les moet je toch niet zo vaak zijn. Dus sliep ik veel en lang en uit en zacht. En zelfs met dat vele slapen kon ik mijn Masterdiploma behalen. In de nachten voor de deadline van mijn Masterscriptie heb ik niet veel geslapen.
Vandaag slaap ik niet zo veel meer. Ik ben een weekendslaper geworden. Soms wel twaalf uur per nacht, van zaterdag op zondag. Elke weekdag wekt mijn gsm me om 7u30, en op vrijdag, als we naar Etterbeek moeten, zelfs nog vroeger. De bus is het ergste: samengepakt, een hand hier en een zweetgeur daar, wiegend en klotsend tot aan het station.
Maar eigenlijk is het allemaal zo erg niet. Want eens in het station mag ik de trein op met mijn lotgenotes, die altijd wel een leuk verhaal te vertellen hebben, en van daaruit wordt de dag alleen maar beter.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten